Dennenthee

|

Van Den kun je het hele jaar door plukken en genieten.

Een van de vele dingen die je met Den kunt doen, is het zetten van een gezonde kruiden’thee’ (eigenlijk moeten we dit een kruideninfusie of tisane noemen omdat hier geen theeblad aan te pas komt).
Het beste gebruik je de zachte jonge toppen die je vooral in de lente ( maart-juni ) kunt vinden,
maar ook de rest van het jaar, kun je de naalden prima gebruiken.

Dennen herken je goed aan de groeiwijze van de naalden die als setje van 2 aan de takken groeien ( op de afbeelding, rechts goed te zien).


Pas op, niet alle naaldbomen/soorten zijn geschikt om te eten of drinken en kunnen makkelijk worden verward. ( naaldbomen zoals de TAXUS zijn giftig. Je kunt de soorten naaldbomen oa onderscheiden dankzij de groeiwijze van de naalden en of aan de vruchten).

Zo groeien de naalden van de SPAR enkel (op de afbeelding in het midden), die van de Den als setje van twee (op de afbeelding rechts) en de Lariks met meerdere naaldjes in een bosje aan de takken (op de afbeelding links). Een fijn ezelsbruggetje hiervoor is: SPAR= SOLO, 1 naald, DEN = DUO, 2 naalden, Lariks = LEGIO, meerdere naalden ;-).

Wanneer je zeker bent echt de Den te hebben, kun je hier een fijne infusie van trekken.

Dennenthee maak je door de naalden te kneuzen. Giet hier kokend water over en laat de thee 15 minuten afgedekt trekken.

Dennenthee bevat: vitamine C, vitamine A en provitamine A bètacaroteen.

Wel is het zo dat door de hitte, een hoop vitaminen verloren gaan. Zo word vitamine C al bij 60-80 graden afgebroken. Om dit effect minimaal te houden, leg je de dennentakjes in een laagje koud water. Hierover giet je al afgekoeld en zeker geen kokend water.

Den bevat inhoudstoffen die een gunstig effect hebben op de weerstand, werken opwekkend, ontsmettend en urine afdrijvend.

Leuk weetje, Ik heb dit zelf nog nooit gezien maar de naalden van de Grove Den worden ook wel gebruikt om vlees mee te kruiden. De naalden worden zo zomers in het vlees gestoken om het extra te aromatiseren.

Bron: eetbare wilde planten ( Steffen Guido Fleischauer)